LOZING VAN BRUSSELS RIOOLWATER IN HET KANAAL EN DE ZENNE

In de toekomst wordt de Brusselse rivier de Zenne in het Maximiliaanpark opengelegd. Samen met de uitbreiding van het park zal dit een plek creëren waar mensen dicht bij natuur en water kunnen zijn in de stad. Dit is ook een symbolische actie om te breken met de fouten van het verleden toen de Zenne gebruikt werd als openlucht riolering en ze dichtgelegd moest worden. Maar is de Zenne vandaag klaar om opengelegd te worden in het centrum van de stad? Is ze vrij van rioolwater lozingen? Het antwoord is nee, verre van. De Zenne wordt het hele jaar door vervuild met rioolwater via de overlopen van de riolering. 

Aantal lozingen naar het kanaal in 2020 (te Sainctelette): 21 dagen

Aantal lozingen naar de Zenne in 2020 (te Sainctelette): 79 dagen

Sainctelette: Aantal lozingen afgelopen maand

0
Naar het kanaal
0
Naar de Zenne

Maalbeek: Aantal lozingen afgelopen maand

0
Naar de Zenne

Video van lozing rioolwater in het kanaal (Sainctelette)

Elk rioleringssyteem heeft noodoverlopen voor zeer hevige regenval. Om te vermijden dat zich overstromingen voordoen in de stad wordt het te veel aan water in de riolering geloosd in een rivier, kanaal of stormbekken. Volgens de huidige standaard in Vlaanderen mag een overloop maximum 7 dagen per jaar in werking treden, in geval van hevige regen.

In Brussel zijn er 81 overlopen waarvan er drie verantwoordelijk zijn voor 75% van het volume rioolwater dat geloosd wordt in de Zenne en het kanaal. Dit zijn de overlopen Sainctelette (Paruck), Molenbeek en Maalbeek. Laten we die van Sainctelette eens van dichterbij bekijken. Wanneer het regent wordt al het regenwater naar de riolering geleidt en stijgt dus het waterniveau in de riolering. Wanneer het rioolwater een bepaald niveau bereikt wordt het teveel aan water geloosd in de Zenne via de overloop en een sifon die onder het kanaal door passeert. Deze sifon is de initiële rioolbuis die het rioleringssysteem verbond met de Zenne voordat de twee waterzuiveringsstations aangelegd werden in 2000 en 2007. Wanneer het waterniveau in de riolering blijft stijgen, ondanks de lozing naar de Zenne, wordt het tweede veiligheidsniveau bereikt en stroomt het water rechtstreeks naar het kanaal. En dit gebeurt zonder rooster of enig tegenhouden van afval dat zich in de riolering bevindt waardoor alles, ratten inclusief, terechtkomt in het kanaal samen met het vervuild water.

HOE ZIET EEN RIOOLOVERLOOP ER EIGENLIJK UIT VAN BINNEN?

Hoe vaak wordt rioolwater eigenlijk geloosd in Brussel? Als we kijken naar de Sainctelette (Paruck) overloop dan waren er 79 lozingen naar de Zenne en 21 naar het kanaal in 2020. Hiervoor wordt het aantal dagen geteld dat de overloop in werking treedt en wanneer het gaat over een significant debiet, het kan dus zijn dat de overloop meerdere keren in 1 dag rioolwater loost maar dit wordt als 1 evenement geteld. In 2020 vonden er dus +-7 rioollozingen per maand plaats naar de Zenne terwijl het toegelaten aantal 7 dagen per jaar is bij de aanleg van nieuwe rioleringen. Ondenkbare cijfers. En wat zich afspeelt aan de Sainctelette overloop is representatief voor de andere overlopen in Brussel. Gedurende het hele jaar stroomt rioolwater rechtstreeks naar de Zenne en het kanaal bij regenevenementen. In het algemeen ontvangt de Zenne een volume rioolwater dat 10 maal groter is dan het volume dat het kanaal ontvangt. Soms gaan deze lozingen door gedurende ettelijke uren. Bijvoorbeeld op 10 en 13 maart 2020 stroomde rioolwater twee maal 12 uur lang rechtstreeks naar de Zenne via de Sainctelette overloop (zie onderstaande grafiek). Wat ook te zien is op de grafiek is dat het debiet van de overloop twee maal negatief wordt. Dit wil zeggen dat water van de Zenne de riolering instroomt wegens hoog niveau van de Zenne en zo een kortsluiting veroorzaakt van het net. Hier is een terugslagklep nodig om dit te vermijden. Deze lozingen zijn een serieus milieuprobleem die het ecosysteem aantasten, de zuurstofgraad doen dalen en plastic afval in de natuur en uiteindelijk de zee in injecteren. Bovendien kan dit ook gezondheidsproblemen veroorzaken voor de mensen.

De laatste jaren zagen we meer persverslagen over de verbetering van de waterkwaliteit van de Zenne. De vispopulatie stijgt, zeehonden zwemmen verder de Schelde in, etc.. De reden hiervoor is de bouw van de twee Brusselse waterzuiveringsstations in 2000 en 2007. Voordien werd al het rioolwater rechtstreeks gedumpt in de Zenne! Kunnen we echt trots zijn op deze verbetering van de waterkwaliteit? De bouw van beide installaties was zeker een grote stap maar nog meer een nodige en logische stap voor een stad, en dit is zeer laat gebeurt en dan nog onder druk van Europa. Vandaag is 98% van de stad aangesloten op beide zuiveringsstations, maar dat wil niet zeggen dat 98% van het rioolwater gezuiverd wordt, verre van. Samen zuiveren beide installaties 125 miljoen m3 water per jaar terwijl minstens 10 miljoen m3 de installaties nooit bereikt omdat het rechtstreeks in de Zenne en het kanaal geloosd wordt via de overlopen van de riolering. Daar bovenop passeert 5% van het water dat de installaties wel bereikt via de regenweerstraat waardoor het slechts licht gefilterd wordt en het grof vuil eruit gehaald wordt alvorens het verder naar de Zenne te sturen. Dit gebeurt wanneer het regent en de installaties niet al het water aankunnen.

Het is tijd om hier iets aan te doen. Indien Brussel echt meer natuur wil introduceren in de stad is het tijd de natuur te respecteren die we al hebben. Bovendien moeten alle waterlichamen tegen 2027 voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water 2000. Voor Brussel is dit van toepassing op de Zenne, het kanaal en de Woluwe. Vandaag is de waterkwaliteit van het kanaal en de Zenne slecht en ver verwijderd van de te bereiken goede chemische en ecologische status. Hoe zal hieraan ooit voldaan worden wanneer continu rioolwater geloosd wordt. Zal Brussel in 2027 nogmaals uitstel vragen? De Kaderrichtlijn in gepubliceerd in 2000…

Sommige steden beschikken over een gescheiden riolering, dat wil zeggen een rioolbuis voor het vuil water en een andere buis voor het regenwater. Vuil water gaat naar het zuiveringsstation en regenwater niet. Hierdoor heb je het probleem niet dat regenwater de riolering met vuil water kan doen overlopen. In Brussel wordt het vuil en regenwater naar dezelfde rioolbuis geleidt en komt alles samen terecht in de zuiveringstations. Dit noemt een unitair systeem. Bovendien verdwijnen enkele beken zoals bijvoorbeeld de Molenbeek en Maalbeek plots ondergronds om ook naar de riolering geleidt te worden. Dit proper beekwater en al het proper regenwater hoeft helemaal niet gezuiverd te worden door de zuiveringsstations en haalt bovendien fors de efficiëntie van deze laatste naar beneden. Gezien het onmogelijk is om in elke straat een tweede rioolbuis aan te leggen voor het regenwater is de oplossing voor de riooloverstorten in Brussel vermijden dat regenwater de riolering instroomt. De overheid moet pleinen, straten en parken heraanleggen zodanig dat regenwater niet meer naar de riolering stroomt of op z’n minst vertraagd wegstroomt, infiltreert in de grond of opgeslagen wordt om hergebruikt te worden. Langs de andere kant moeten er subsidies voorzien worden om mensen aan te sporen thuis het regenwater van de daken op te vangen in regenwatertanken om het eveneens te hergebruiken. Hier is een stevige investering voor nodig samen met een sterke mindshift en een erkenning van de ernst van de situatie vandaag.

Huidig plant de stad het optimaliseren van het Belliard stormbekken om de lozingen van de Maalbeek overstort te verminderen. Dit stormbekken wordt tot vandaag slechts gebruikt in geval van risico op overstroming. Het volume van dit stormbekken is echter slechts 17.000 m3 en zal misschien geen zeer grote invloed hebben. De Maalbeek overloop zelf is licht aangepast met een vermindering van de lozingen. Aan de kant van de Molenbeek vallei werden eerder plannen gemaakt voor de aanleg van een stormbekken van 50.000 m3 omdat er een reëel risico op overstroming is. Maar de uitvoering van deze plannen blijken geblokkeerd te zijn gezien er geen wil meer is om nog stormbekkens te bouwen. En het geld dat niet naar dit stormbekken gegaan is wordt ook niet gebruikt voor alternatieve oplossingen. En voor de Sainctelette overloop zijn slechts kleine aanpassingen voorzien. Dit zijn allemaal kleine, vrij goedkope aanpassingen van de huidige infrastructuur die allen hun positief effect hebben maar zijn verre van voldoende om het probleem serieus aan te pakken en in 2027 te voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn water. De echte ambitie die hiervoor nodig is, is nog niet te bespeuren.

Indien de lozingen van deze drie overlopen verholpen zouden kunnen worden, zouden de lozingen van Brussels rioolwater kunnen verminderd worden met 75% en zou de efficiëntie van de waterzuiveringsstations sterk verbeterd worden gezien ze minder regenwater ontvangen. Ook dit is een nodige en logische stap voor een stad om te nemen. Dus, waarop wachten we?